ECLI:NL:RBBRE:2011:BT1900
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en redelijkheid van hondenbelastingtarief gemeente Veldhoven
Belanghebbende betwist de aanslag hondenbelasting voor 2010 opgelegd door de gemeente Veldhoven en stelt dat er geen geldige verordening voor dat jaar is. De rechtbank oordeelt dat de Verordening hondenbelasting 2009, vastgesteld in november 2008, ook in 2010 van kracht blijft omdat deze niet is ingetrokken.
Belanghebbende voert tevens aan dat de hoorplicht is geschonden omdat hij niet is gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank stelt dat op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen het horen alleen op verzoek plaatsvindt en dat belanghebbende geen verzoek heeft ingediend, waardoor geen schending van de hoorplicht is.
Voorts betoogt belanghebbende dat het gehanteerde tarief onredelijk en willekeurig hoog is, zonder deugdelijke onderbouwing. De rechtbank overweegt dat gemeenten ruime vrijheid hebben bij het vaststellen van tarieven en dat het ontbreken van een expliciete koppeling tussen tarief en kosten in de verordening betekent dat het tarief niet onredelijk of willekeurig is.
De rechtbank verwerpt ook het argument dat toezeggingen van de gemeente over kostenkoppeling tot vermindering van de aanslag zouden moeten leiden, omdat deze uitlatingen te algemeen zijn en onvoldoende inzicht in kosten en baten is gegeven.
Gelet op het voorgaande en het ontbreken van schending van algemene rechtsbeginselen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet af van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag hondenbelasting 2010 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.