ECLI:NL:RBBRE:2011:BT8908
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Matiging boete voor overtreding tewerkstellingsvergunningplicht bij inzet buitenlandse studenten
Verzoekster, een onderneming die verkeersmetingen uitvoert, liet 52 buitenlandse studenten zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichten. Verweerder legde een boete van €416.000 op, gebaseerd op €8.000 per overtreding. Verzoekster stelde dat de boete disproportioneel was en dat zij alles had gedaan om overtreding te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat elke overtreding afzonderlijk moet worden beboet, geen sprake was van voortgezette handeling of meerdaadse samenloop. Wel werd de evenredigheid van het boetebedrag volledig getoetst, waarbij alle omstandigheden, waaronder draagkracht van verzoekster, werden meegewogen.
De rechtbank achtte het boetebedrag disproportioneel, mede omdat de onderneming bestaansrecht heeft en de overtredingen vooral administratief van aard waren. De boete werd daarom gematigd tot €15.250. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond werd verklaard. Verzoekster werd in proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: Boete van €416.000 wegens inzet buitenlandse studenten zonder vergunning gematigd tot €15.250 wegens disproportionaliteit.