Uitspraak
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200804654/1/V6) reden tot matiging van de opgelegde boete, indien op basis van de door de beboete werkgever overgelegde financiële gegevens moet worden geoordeeld dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.
200700303/1), doen de aard, omvang en duur van de werkzaamheden voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav niet ter zake. Gelet hierop betoogt de minister terecht dat ook voor de door de vreemdelingen verrichte werkzaamheden, die weliswaar veelal kortdurend waren maar niet van marginale aard, tewerkstellingsvergunningen waren vereist.
200701639/1volgt dat het de verantwoordelijkheid van een werkgever is om, voordat de arbeid een aanvang neemt, na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Nu niet is weersproken dat de vreemdelingen de in 2.3. omschreven werkzaamheden ten dienste van de vennootschap hebben verricht, had het op haar weg gelegen om voor aanvang van de werkzaamheden bij de destijds voor de afgifte van tewerkstellingsvergunningen verantwoordelijke Centrale organisatie voor werk en inkomen (thans: het UWV WERKbedrijf) na te vragen of zij over dergelijke vergunningen diende te beschikken. De vennootschap heeft dit, gelet op de bij het boeterapport gevoegde verklaring van [een der directeur-grootaandeelhouder], niet gedaan en is in plaats daarvan afgegaan op het advies van haar accountant, hetgeen voor risico van de vennootschap komt. Deze omstandigheid kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat de door de vennootschap begane overtreding haar niet of in mindere mate is te verwijten.
200901239/1/V6heeft overwogen, kan eerst op het moment van verlening van een tewerkstellingsvergunning worden geconcludeerd dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. Hieruit volgt dat - zo er al van moet worden uitgegaan dat, indien de vennootschap wél tewerkstellingsvergunningen had aangevraagd, deze zouden zijn verleend - ook deze omstandigheid op zichzelf niet kan leiden tot matiging van de opgelegde boete.