ECLI:NL:RBBRE:2011:BU3584
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag voor politieke kandidaat wegens fraudedelict
Eiser verzocht om een verklaring omtrent gedrag (VOG) ten behoeve van zijn kandidaatstelling voor de Provinciale Statenverkiezingen namens de Partij voor de Vrijheid. De staatssecretaris weigerde de VOG vanwege een transactie voor een fraudedelict en een verkeersdelict. De rechtbank oordeelt dat het verkeersdelict niet meegewogen mag worden bij de beoordeling van het verzoek, omdat dit niet relevant is voor de functie van politiek ambtsdrager.
De rechtbank stelt vast dat het fraudedelict wel een belemmering vormt gezien de hoge integriteitseisen die aan politieke ambtsdragers worden gesteld. Hoewel eiser betoogt dat het fraudedelict onder bijzondere omstandigheden is gepleegd en de transactie uit praktisch oogpunt is geaccepteerd, vindt de rechtbank dat de staatssecretaris terecht het belang van de samenleving zwaarder heeft gewogen dan het belang van eiser.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens het onjuist meewegen van het verkeersdelict en vernietigt het besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.