ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4686
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens onvolledige winstuitdeling en bewijsproblemen
De rechtbank Breda behandelde beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2002 tot en met 2005 opgelegd aan de erven van een voormalige DGA van een fiscale eenheid. De inspecteur stelde dat de BV katalysatoren had verkocht die niet waren verantwoord in de belastingaangiften en dat de opbrengsten daarvan als winstuitdeling aan de erflater waren toegevloeid.
De rechtbank oordeelde dat voor de jaren 2003 tot en met 2005 aannemelijk was dat de BV katalysatoren had verkocht en dat de opbrengsten aan de erflater waren toegekomen, waardoor sprake was van belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Voor 2002 was de verkoop niet aannemelijk gemaakt, zodat de navorderingsaanslag over dat jaar werd vernietigd.
De rechtbank volgde het standpunt van de inspecteur dat 50% van de winstuitdeling bij erflater moest worden belast, omdat ook zijn echtgenote mede-aandeelhouder was. De navorderingsaanslag over 2005 werd gehandhaafd wegens kwade trouw. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbenden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en is openbaar.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2002 vernietigd, navorderingsaanslagen 2003-2005 verminderd en proceskosten aan belanghebbenden toegewezen.