ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4725
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke winstverdeling bij overdracht winstaandeel in maatschap
Belanghebbende, een vennootschap waarin de heer X als belastingadviseur participeert, bracht zijn winstaandeel in een maatschap in via een complexe structuur met meerdere BV's en een commanditaire vennootschap (Z C.V.). Op 1 januari 2006 droeg Z C.V. haar winstaandeel in Maatschap Y over aan een nieuwe Maatschap Z, waarin Z C.V. recht had op 60% van de winst. De inspecteur stelde dat deze vergoeding niet zakelijk was omdat het winstrecht van Z C.V. veranderde van een recht op 24% van de winst van Maatschap Y naar een recht op 60% van de winst van Maatschap Z, dat mede afhankelijk was van facturaties aan Maatschap Z en daarmee niet vergelijkbaar was met de oorspronkelijke situatie.
De rechtbank concludeerde dat een onafhankelijke derde niet met deze tegenprestatie zou instemmen en volgde de winstcorrectie van de inspecteur. Belanghebbende voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel aan correctie in de weg stonden, verwijzend naar een vergelijkbare casus en vermeende toezeggingen door de inspecteur. De rechtbank vond echter dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een toezegging of begunstigend beleid en wees het beroep af.
De procedure omvatte een ambtshalve aanslag, bezwaar, beroep en een zitting waarbij partijen hun standpunten toelichtten. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast niet werd omgekeerd en dat de inspecteur terecht de winst corrigeerde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier M. Jansen op 30 september 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en volgt de winstcorrectie van de inspecteur wegens onzakelijke vergoeding.