ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5249
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens overschrijding noodzakelijke termijn voor inlichtingen
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen over meerdere jaren inzake buitenlandse spaartegoeden bij de Deutsche Bank. Na eerdere ongegronde uitspraak van de rechtbank Arnhem vernietigde de Hoge Raad deze uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank Breda met instructies om de termijn die de inspecteur gebruikte voor het verkrijgen van benodigde inlichtingen te toetsen aan de criteria uit het arrest van het Hof van Justitie.
De rechtbank constateerde dat de inspecteur de termijn tussen het verkrijgen van aanwijzingen (januari 2003) en het opleggen van de navorderingsaanslagen (mei 2005) had overschreden. Dit kwam doordat de inspecteur aanvankelijk slechts één rekeningnummer had opgevraagd, terwijl belanghebbende twee rekeningnummers had gemeld. Hierdoor ontstond een aanzienlijke vertraging die niet noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat deze overschrijding in strijd is met het arrest van het Hof van Justitie en dat de navorderingsaanslagen vernietigd moeten worden. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak is openbaar gedaan op 2 maart 2011.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen zijn vernietigd wegens overschrijding van de noodzakelijke termijn voor het verkrijgen van inlichtingen.