ECLI:NL:HR:2010:BJ9120
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- P. Lourens
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid EG-recht met navorderingsaanslag bij buitenlandse tegoeden
Deze zaak betreft de toetsing van de navorderingsaanslag opgelegd met toepassing van de bijzondere navorderingstermijn voor buitenlandse spaartegoeden aan het EG-recht. De Hoge Raad verwijst naar een arrest van het Hof van Justitie waarin werd vastgesteld dat artikelen 49 en 56 EG niet verhinderen dat lidstaten een langere navorderingstermijn toepassen voor buitenlandse tegoeden als er geen aanwijzingen zijn voor het bestaan daarvan.
De Hoge Raad stelt dat indien er wel aanwijzingen zijn en een navorderingsaanslag wordt opgelegd na het verstrijken van de binnenlandse termijn, deze beperking van het vrije verkeer alleen aanvaardbaar is als de inspecteur redelijke voortvarendheid betracht bij het verkrijgen van inlichtingen en het vaststellen van de aanslag. Het evenredigheidsbeginsel verzet zich ertegen dat de inspecteur de navorderingstermijn verder overschrijdt dan noodzakelijk.
De rechtbank had niet onderkend dat het opleggen van de navorderingsaanslagen in strijd met het EG-recht kon zijn. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de termijnoverschrijding. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het vonnis vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling met inachtneming van het arrest.