ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5275
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- D. Hund
- W.A.P. van Roij
- Rechtspraak.nl
Toepassing cultuurgrondvrijstelling bij bedrijfsmatige exploitatie van landbouwgrond
Belanghebbende verkreeg in 2008 twee percelen landbouwgrond die in gebruik waren bij een derde voor de teelt van suikerbieten. Belanghebbende deed een beroep op de cultuurgrondvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, Wet BRV, waarbij de vraag centraal stond of sprake was van bedrijfsmatige exploitatie.
De rechtbank stelt vast dat de opbrengst van de activiteiten van de derde kwalificeert als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeert dat de cultuurgrondvrijstelling ook geldt indien de exploitatie als ROW wordt aangemerkt, mits de activiteiten gericht zijn op het behalen van voordeel. Dit voorkomt dat privé- of hobbymatig gebruikte gronden vrijgesteld worden.
De inspecteur had de vrijstelling ten onrechte niet toegepast en handhaafde de naheffingsaanslag, boete en heffingsrente. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt deze beschikkingen en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Verzoek om aanvullende kostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente en verklaart het beroep gegrond.