ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5309
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete vennootschapsbelasting wegens disproportionaliteit
Belanghebbende, een houdstermaatschappij die feitelijk een eenmansbedrijf van de directeur-grootaandeelhouder (dga) was, heeft de aangifte vennootschapsbelasting 2009 te laat ingediend. De inspecteur legde daarop een verzuimboete van €2.460 op, conform artikel 67a AWR en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 2009 (BBBB).
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid in boetehoogte tussen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting gerechtvaardigd is vanwege de administratieve verschillen tussen BV/NV en eenmanszaken. Echter achtte de rechtbank de opgelegde boete van €2.460 disproportioneel hoog gezien de feitelijke situatie van belanghebbende en het ontbreken van recidive.
Belanghebbende had betoogd dat de boete gelijk moest zijn aan die voor een eenmanszaak, en verwees naar een lagere boete van €113 die een andere BV had gekregen. De rechtbank verwierp dit beroep op het gelijkheidsbeginsel wegens onvoldoende bewijs van gelijke gevallen.
Uiteindelijk werd de boete verminderd tot €500, passend en geboden geacht. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €874 en het griffierecht van €302. De uitspraak werd gedaan op 25 oktober 2011 door rechter Beukers-van Dooren.
Uitkomst: De verzuimboete is verminderd van €2.460 naar €500 wegens disproportionaliteit en het ontbreken van recidive.