ECLI:NL:HR:2005:AT7216
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering boete motorrijtuigenbelasting wegens wanverhouding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode van 15 september 1998 tot 14 september 1999, met een boete van gelijke hoogte. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en boete, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Het Hof oordeelde dat de opgelegde boete van ƒ 709 een wanverhouding vormde gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat belanghebbende net was gestart met zijn bedrijf en alleen werkte. Het Hof vernietigde de boetebeschikking en stelde de boete vast op € 45,38.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht de boete had verminderd vanwege de bijzondere omstandigheden en dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en legde een griffierecht van € 414 op aan de Staat. Hiermee werd het oordeel van het Hof bevestigd en de boete definitief verminderd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de boete wordt definitief verminderd.