ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5464
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beschikbaarheid vakantiewoning voor forensenbelasting op basis van verhuurbemiddelingsovereenkomst
Belanghebbende is eigenaar van een vakantiewoning in de gemeente Schouwen-Duivenland en heeft deze in 2009 deels zelf gebruikt en deels verhuurd, zowel via een bemiddelingsovereenkomst met de VVV als zelfstandig. De heffingsambtenaar legde een forensenbelasting op omdat belanghebbende de woning meer dan 90 dagen beschikbaar zou hebben gehouden zonder er hoofdverblijf te hebben.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de verhuurbemiddelingsovereenkomst, met name of de dagen waarop de woning niet was verhuurd via de VVV, als beschikbaar voor belanghebbende moesten worden gezien. De rechtbank concludeerde dat uit de bepalingen van de overeenkomst volgt dat belanghebbende de woning kan gebruiken wanneer deze niet verhuurd is via de VVV, en dat de beperking in artikel 7.5 ziet op de beschikbaarheid van faciliteiten, niet op de woning zelf.
Op grond van vaste rechtspraak betekent dit dat de woning op niet-verhuurde dagen beschikbaar wordt gehouden voor belanghebbende of zijn gezin. Hierdoor is de forensenbelasting terecht opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de forensenbelasting terecht is opgelegd.