ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5666
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing en boete wegens onbelaste vergoeding kleding zonder clublogo afgewezen
Belanghebbende, een amateurvoetbalvereniging, betaalde aan haar trainers een onkostenvergoeding waarvan €400 bestemd was voor kleding. De inspecteur stelde dat deze vergoeding deels belast moest worden omdat de kleding niet voldeed aan de voorwaarden voor werkkleding, namelijk het ontbreken van een clublogo van ten minste 70 cm² en het feit dat de kleding niet uitsluitend geschikt was om tijdens de dienstbetrekking te dragen.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding voor kleding niet als onbelaste werkkledingvergoeding kon worden aangemerkt omdat niet aan de wettelijke eisen was voldaan. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op een eerder boekenonderzoek in 1999, werd verworpen omdat toen duidelijk was gesteld dat alleen kleding met een voldoende groot logo onbelast vergoed kon worden.
Verder werd de opgelegde verzuimboete van 10% wegens het niet tijdig betalen van loonbelasting als terecht beoordeeld. De rechtbank vond dat de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak gerechtvaardigd was door het intensieve overleg tussen partijen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en boete wegens onbelaste vergoeding kleding zonder clublogo.