ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5667
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Dienstbetrekking en loonheffing bij amateurvoetbalclub en gelieerde stichting
Belanghebbende, een amateurvoetbalvereniging, verstrekt aan spelers van het eerste elftal een kostenvergoeding en ontvangt daarnaast een beloning via een gelieerde Stichting. De kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking tussen de spelers en belanghebbende en of de door de Stichting betaalde beloning als loon van belanghebbende moet worden aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat er mondelinge overeenkomsten zijn tussen belanghebbende en de spelers die ook de totale beloning omvatten, waarbij de overeenkomst met de Stichting feitelijk de uitvoering daarvan betreft. De vergoedingen van de Stichting worden daarom als loon van belanghebbende beschouwd. De rechtbank benadrukt dat het ontbreken van schriftelijke overeenkomsten met belanghebbende over de Stichting-betalingen niet afdoet aan het bestaan van een dienstbetrekking.
Verder oordeelt de rechtbank dat de inspecteur terecht een naheffingsaanslag loonheffingen oplegde, aangezien de spelersbijdragen ten tijde van de aanslag nog niet in de inkomstenbelasting waren betrokken. Wel vernietigt de rechtbank de opgelegde vergrijpboete omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar was. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd, maar de vergrijpboete wordt vernietigd wegens een pleitbaar standpunt.