ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8344
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WOZ-waarde woning wegens onvoldoende vergelijkbaarheid en meerderheidsregel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op € 795.000 per 1 januari 2008, en stelde een lagere waarde van € 650.000 voor. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde na bezwaar, onderbouwd met een taxatierapport waarin de woning werd gewaardeerd op € 821.000.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar lag en dat het taxatierapport voldoende aannemelijk maakte dat de waarde niet in onjuiste verhouding stond tot de verkoopprijzen van vergelijkbare panden, ondanks enkele verschillen in ligging, grootte en onderhoudstoestand. Belanghebbendes beroep op de meerderheidsregel faalde omdat de aangevoerde panden niet identiek waren en de verschillen niet verwaarloosbaar.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van begunstigend beleid of een oogmerk tot begunstiging. De rechtbank concludeerde dat de waardebepaling zorgvuldig was en de aanslag niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.