ECLI:NL:HR:2005:AT8945
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing meerderheidsregel bij WOZ-waardering tussenwoning
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning aan de a-straat 2 te Z, waarvan de WOZ-waarde voor 1997-2000 is vastgesteld op ƒ 265.000. Hij betoogt dat deze waarde te hoog is en zou moeten worden vastgesteld op ƒ 217.000, gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel, omdat vergelijkbare woningen in dezelfde straat lager zijn gewaardeerd.
De gemeente Breda handhaafde de beschikking, waarna het hof het besluit bevestigde. Het hof oordeelde dat belanghebbende de meerderheidsregel onvoldoende aannemelijk had gemaakt, mede omdat de relevante vergelijkingsgroep niet alleen identieke woningen omvatte, maar ook vergelijkbare woningen in bredere zin.
De Hoge Raad stelt dat bij toepassing van de meerderheidsregel in WOZ-zaken de vergelijking beperkt moet blijven tot identieke woningen, tenzij sprake is van een specifieke fout die meerdere woningen met een gemeenschappelijk kenmerk betreft. Het hof heeft dit onjuist toegepast of onvoldoende gemotiveerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de gemeente Breda tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste toepassing van de meerderheidsregel.