ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8761
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid en bindendheid van vaststellingsovereenkomst inzake navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006, alsmede tegen een opgelegde boete. De inspecteur en de gemachtigde van belanghebbende hadden op 5 juli 2010 afspraken gemaakt over de hoogte van het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en de boete, bevestigd in een brief van 20 juli 2010. Belanghebbende was zelf aanwezig bij de bespreking, maar stelde later niet akkoord te zijn met de afspraken.
De rechtbank oordeelde dat deze afspraken kwalificeren als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW Pro. Belanghebbende was gebonden aan deze overeenkomst omdat hij geen wilsgebrek had aangetoond en de inspecteur geen beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden. De vaststellingsovereenkomst wijkt niet in strijd af van de wettelijke aanmerkelijk-belangregeling.
De navorderingsaanslag en boetebeschikking werden daarom geacht in overeenstemming met de vaststellingsovereenkomst te zijn opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook op de mogelijkheid van ambtshalve vermindering van de aanslag over 2009, mits belanghebbende de benodigde gegevens verstrekt.
Tenslotte werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 23 november 2011 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag en boetebeschikking wordt ongegrond verklaard omdat hij gebonden is aan de rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst.