ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8775
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aanmerkelijk-belangaandelen bij immigratie en strijd met vrijheid van vestiging
Belanghebbende, een Belgische dga die naar Nederland is verhuisd, stelde beroep in tegen de door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van zijn aanmerkelijk-belangaandelen in een Belgische BVBA. De inspecteur had een step-down toegepast voor de waardeaangroei van aandelen in een Nederlandse BV tot de verkoop aan de Belgische holding, conform artikel 16, elfde lid, Uitvoeringsbesluit IB 2001.
De rechtbank oordeelde dat deze toepassing in strijd is met artikel 43 van Pro het EG-Verdrag, omdat het leidt tot een hogere belastingdruk voor de immigrerende dga dan voor een Nederlandse inwoner die zijn aandelen in een Belgische holding verkoopt. Dit vormt een belemmering van de vrijheid van vestiging zonder rechtvaardiging.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de verkrijgingsprijs vast op € 410.000 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat Nederland geen belastingclaim kan vestigen op aandelen in een Belgische holding die het voor immigratie niet had, en dat de step-down regeling buiten toepassing blijft wegens strijd met het EG-Verdrag.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking van de inspecteur en stelt de verkrijgingsprijs van de aandelen vast op € 410.000 wegens strijdigheid van de step-down regeling met de vrijheid van vestiging.