ECLI:NL:RBBRE:2011:BU9963
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid huurders voor schade aan verhuurde vissloep door onoplettendheid en onvoldoende verzekering
De Rechtbank Breda behandelde een vordering tot schadevergoeding wegens inkomensderving van een verhuurder van een vissloep, veroorzaakt door het onbeheerd achterlaten van het schip en het niet reageren op signalen door de huurders, wat leidde tot een aanvaring en het verlies van de sloep.
De kantonrechter stelde vast dat alle vier gedaagden als huurders konden worden aangemerkt en dat zij gezamenlijk onrechtmatig hadden gehandeld door onvoldoende oplettendheid, ondanks beperkte vaarervaring. Dit gedrag werd beoordeeld als groepsaansprakelijkheid volgens art. 6:166 BW Pro. De verhuurder had echter onvoldoende geïnformeerd over de verzekering tegen bedrijfsschade, waardoor slechts de helft van de schade aan de huurders kon worden toegerekend.
De schade werd berekend op basis van een redelijke schatting van de netto inkomstenderving over een periode van vier maanden, rekening houdend met bespaarde kosten. De kantonrechter wees de vordering in reconventie van de verhuurder af wegens gebrek aan causaal verband en onvoldoende onderbouwing.
De huurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de helft van de schadevergoeding en een deel van de proceskosten, terwijl de andere helft van de schade voor rekening van de verhuurder bleef. Het vonnis benadrukte de beschermende werking van het Binnenvaartpolitiereglement ook ten opzichte van verhuurders.
Uitkomst: Huurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de helft van de inkomensderving van de verhuurder door onrechtmatig gedrag tijdens het gebruik van de vissloep.