ECLI:NL:RBBRE:2011:BW8041
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf overdrachtsbelasting na verkrijging zorgcentrum met verzorgingshuis en verpleeghuis
Belanghebbende verkreeg een zorgcentrum bestaande uit een verzorgingshuis en verpleeghuis van de Provincie en betaalde overdrachtsbelasting. Zij verzocht om teruggaaf op grond van de kwijtscheldingsresolutie en vrijstelling volgens artikel 15 WBR Pro. De rechtbank oordeelt dat de kwijtscheldingsresolutie niet van toepassing is, omdat de overdracht van het zorgcentrum geen direct verband houdt met de overdracht van zorgtaken die al eerder waren overgenomen.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende het zorgcentrum reeds in 2005/2006 exploiteerde en dat de Provincie het zorgcentrum aanvankelijk wilde verhuren, waarna pas later tot verkoop werd besloten. De inspecteur weigerde aanvankelijk de vrijstelling overdrachtsbelasting voor het verpleeghuis vanwege een lagere verkoopprijs dan de stichtingskosten, maar stemde ter zitting in met toepassing van de vrijstelling als geen sprake was van een constructie en de koopprijs de waarde in het economisch verkeer vertegenwoordigde.
De rechtbank concludeert dat er geen constructie is en dat de koopprijs objectief is vastgesteld, mede op basis van het College Bouw Zorginstellingen en WOZ-waarden. Daarom is de vrijstelling van toepassing en dient teruggaaf van € 275.802 aan overdrachtsbelasting te worden verleend. Tevens wordt de naheffingsaanslag vernietigd en de inspecteur veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beroep gegrond, teruggaaf van € 275.802 overdrachtsbelasting en vernietiging van de naheffingsaanslag.