ECLI:NL:RBBRE:2011:BW9054
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke waardering landbouwgrond bij mogelijke woningbouwontwikkeling
Belanghebbende betwist de door de inspecteur vastgestelde waarde van landbouwgrond die hij met zijn echtgenote aan het ondernemingsvermogen heeft onttrokken. De grond ligt in een gebied waar mogelijk woningbouw zal plaatsvinden, maar de planologische ontwikkelingen waren in 2005 nog onzeker. De inspecteur waardeerde de grond op € 907.500, terwijl belanghebbende uitging van € 330.000.
De rechtbank benoemde een deskundige die de waarde van het perceel op € 16 per m2 stelde, inclusief een inschatting van nabetalingen. De rechtbank oordeelde dat de taxatie van belanghebbende onvoldoende rekening hield met een mogelijke bestemmingswijziging en dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hogere waarde gerechtvaardigd was. De deskundige baseerde zijn oordeel op transacties en koopovereenkomsten in het gebied.
De rechtbank achtte de deskundige onpartijdig en vertrouwde zijn waardering. De aanslag werd verminderd, het beroep gegrond verklaard en de proceskosten deels aan belanghebbende toegekend. Tevens werd bepaald dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen moest worden aangepast op basis van de verpachte staat van de grond.
Uitkomst: De rechtbank stelt de waarde van het perceel op 16 euro per m2 en vermindert de aanslag inkomstenbelasting van belanghebbende.