ECLI:NL:RBBRE:2012:BV6850
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prenger
- Kooijman
- Lameijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling in Nederland
De rechtbank Breda heeft op 22 februari 2012 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die op 7 oktober 2011 in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het besluit tot ongewenstverklaring dateert van 18 mei 2000. De verdediging voerde aan dat de Europese Terugkeerrichtlijn en de arresten El Dridi en Achughbabian toepassing zouden vinden, maar dit beroep werd verworpen omdat het besluit tot ongewenstverklaring was genomen vóór de inwerkingtreding van de richtlijn en de strafrechtelijke sanctie zich richt op het verblijf ondanks de ongewenstverklaring.
De rechtbank stelde vast dat verdachte wist dat hij ongewenst was en dat hij op 7 oktober 2011 in Nederland was om drugs te kopen, ondanks het ontbreken van een verblijfs- of reisdocument. Het beroep op overmacht werd afgewezen omdat geen bewijs was geleverd dat uitzetting onmogelijk was. De rechtbank oordeelde dat het feit strafbaar is en dat een gevangenisstraf van drie maanden passend is, mede gezien eerdere veroordelingen voor hetzelfde feit.
De rechtbank benadrukte dat artikel 197 Sr Pro en de Terugkeerrichtlijn verschillende doelstellingen hebben, maar dat het besluit tot ongewenstverklaring binnen de reikwijdte van de richtlijn valt. De strafrechtelijke vervolging is gegrond op het feit dat verdachte wist dat hij ongewenst was en desondanks in Nederland verbleef. De rechtbank veroordeelde verdachte tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenst vreemdeling.