ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1629
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid werknemer wegens ontbreken deskundigenverklaring bij loonvordering en afwijzing ontslag op staande voet
De werknemer trad op 2 juli 2010 in dienst voor een jaar en meldde zich medio december 2010 ziek. Na een periode van afwezigheid wegens waterpokken en spanningsklachten ontstond een geschil over loonbetaling en ontslag op staande voet op 24 maart 2011. De werknemer vorderde loonbetalingen en niet-genoten vakantiedagen, terwijl de werkgever stelde dat het ontslag terecht was wegens werkweigering en ongeoorloofde afwezigheid.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet-ontvankelijk was in haar loonvordering omdat zij geen deskundigenverklaring (second opinion) had overgelegd zoals vereist in artikel 7:629a BW. De werkgever mocht op grond van omstandigheden aannemen dat de werknemer vanaf 27 december 2010 arbeidsgeschikt was, mede gelet op sociale media-berichten. De eenzijdige afboeking van vakantiedagen door de werkgever was onrechtmatig omdat hierover geen overleg had plaatsgevonden.
Ook was loonopschorting door de werkgever onterecht omdat geen schriftelijke controlevoorschriften waren gesteld. Het ontslag op staande voet werd afgewezen omdat het enkele niet naleven van controlevoorschriften onvoldoende is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet. De kosten van de procedure werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Werknemer niet-ontvankelijk in loonvordering wegens ontbreken deskundigenverklaring; ontslag op staande voet en looninhouding door werkgever afgewezen.