ECLI:NL:RBBRE:2012:BW2485
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter niet bevoegd wegens woonplaats werknemer in België en geen geldige domiciliekeuze
In deze zaak verzocht Withagen Techniek B.V. ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die in België woont. De werkgever stelde dat de werknemer uitdrukkelijk domicilie had gekozen bij zijn advocaat in Nederland, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd zou zijn. De werknemer betwistte dit en stelde dat hij woonachtig is in België.
De kantonrechter beoordeelde de bevoegdheid aan de hand van de artikelen 18 tot en met 21 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 (EEX-Vo). Volgens artikel 20 EEX Pro-Vo kan een werkgever alleen procederen bij de rechter van de lidstaat waar de werknemer woonplaats heeft. De vraag was of een gekozen domicilie als woonplaats kon gelden.
Uit het rapport bij het EEX-verdrag en de tekst van artikel 59 EEX Pro-Vo volgt dat het begrip woonplaats niet strekt tot een fictieve woonplaats door domiciliekeuze. Dit betekent dat alleen de werkelijke woonplaats, zoals bepaald in de artikelen 1:10 tot en met 1:14 BW, relevant is en niet de gekozen woonplaats volgens artikel 1:15 BW Pro.
De kantonrechter concludeerde dat de werknemer woonplaats heeft in België en dat de Nederlandse rechter daarom niet bevoegd is. Er was ook geen geldige overeenkomst tussen partijen na het ontstaan van het geschil die bevoegdheid zou kunnen toekennen. De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd omdat de werknemer woonplaats heeft in België en er geen geldige domiciliekeuze is gemaakt.