ECLI:NL:RBBRE:2012:BW6055
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen intrekking beroepschriften en voortzetting beroepsprocedure belastingaanslagen
Belanghebbende had tegen aanslagen inkomstenbelasting over 2003, 2004 en 2005 bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 23 januari 2009 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen belanghebbende en de inspecteur, waarbij belanghebbende de beroepschriften introk. Later stelde belanghebbende echter dat hij de inhoud van de vaststellingsovereenkomst niet had begrepen en dat hij niet had verwacht navorderingsaanslagen te ontvangen.
De rechtbank had het beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege de intrekking en zich onbevoegd verklaard ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de vaststellingsovereenkomst. Belanghebbende maakte hiertegen verzet en verzocht om heropening van de procedure. De rechtbank oordeelt dat de intrekking van het beroep niet rechtsgeldig is vastgesteld in een uitspraak conform afdeling 8.2.6 van de Awb, waardoor het verzet gegrond is.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en vervolgt de beroepsprocedure in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de intrekking. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot betaling van proceskosten aan belanghebbende. De overige aangevoerde stellingen van belanghebbende worden niet inhoudelijk behandeld nu het verzet gegrond is verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de beroepsprocedure wordt voortgezet in de stand van vóór de intrekking.