ECLI:NL:RBBRE:2012:BW6057
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring en voortzetting beroepsprocedure inkomstenbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2003-2005, waarbij correcties waren toegepast op het inkomen uit sparen en beleggen. Na afwijzing van de bezwaren werd het beroep ingetrokken na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met de inspecteur. Belanghebbende stelde later dat hij de inhoud van deze overeenkomst niet had begrepen en niet verwacht had navorderingsaanslagen te ontvangen.
De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege de intrekking en zich onbevoegd verklaard ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de vaststellingsovereenkomst. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraken en stelde dat hij bij het intrekken van het beroep had gedwaald.
De rechtbank oordeelde dat bij betwisting van de intrekking van het beroep de rechtbank hierover een uitspraak moet doen, zodat rechtsmiddelen mogelijk zijn. Omdat dit niet was gebeurd, verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en herstelde de procedure in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de intrekking.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, aangezien de procedurekosten redelijkerwijs waren gemaakt in verband met de behandeling van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en is openbaar uitgesproken op 13 april 2012.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de beroepsprocedure wordt hersteld in de stand van vóór de intrekking.