ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7910
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermelding en heffing premie volksverzekeringen bij niet-verzekerde belastingplichtige niet toegestaan
Belanghebbende, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, heeft in 2008 inkomen uit arbeid genoten in Engeland en heeft ervoor gekozen de regels voor binnenlands belastingplichtigen toe te passen. De inspecteur heeft bij de aanslag inkomstenbelasting 2008 een bedrag aan premie volksverzekeringen van € 1.869 vermeld en verrekend, terwijl belanghebbende niet verzekerd is voor de Nederlandse volksverzekeringen en dus geen premie verschuldigd is.
De rechtbank stelt vast dat de inspecteur ten onrechte rekening heeft gehouden met een fictief bedrag aan premie volksverzekeringen bij de berekening van de bijzondere verhoging van de heffingskorting op grond van artikel 8.9a van de Wet inkomstenbelasting 2001. De wettelijke tekst en systematiek bieden geen grondslag voor het in rekening brengen van een dergelijke premie bij een niet-premieplichtige niet-inwoner.
De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag met het bedrag van de premie volksverzekeringen tot nihil en vernietigt de beschikking heffingsrente. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd met het bedrag van de premie volksverzekeringen tot nihil en de beschikking heffingsrente wordt vernietigd.