ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0380
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- G.J. van Muijen
- P. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Recht op volledige verhoging van de heffingskorting voor niet-premieplichtige niet-inwoners van Nederland
Belanghebbende, wonende in het Verenigd Koninkrijk met een partner die in Nederland werkt en premieplichtig is, stelde recht te hebben op een verhoging van de gecombineerde heffingskorting volgens artikel 8.9a van de Wet IB 2001. De Inspecteur betwistte dit en wilde de bijzondere verhoging verminderen met een fictief bedrag aan premies volksverzekeringen.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de wetsteksten en concludeerde dat belanghebbende recht heeft op de volledige verhoging van de heffingskorting, zonder vermindering met fictief verschuldigde premies.
Het Hof verwierp het standpunt van de Inspecteur dat de bijzondere verhoging verminderd moet worden, omdat de wet dit niet voorschrijft en het doel van artikel 8.9a juist is om niet-premieplichtigen gelijk te behandelen. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd, waarbij belanghebbende recht heeft op de volledige verhoging van de heffingskorting zonder vermindering met fictief verschuldigde premies volksverzekeringen.