ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7970
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen WOZ-beschikking na woningerfenis en proceskostenvergoeding toegekend
Belanghebbende werd op 31 maart 2010 eigenaar van een woning en diende op 7 april 2010 bezwaar in tegen de WOZ-beschikking van de vorige eigenaar, omdat hij geen nieuwe beschikking had aangevraagd. De rechtbank beschouwde dit bezwaar tevens als een verzoek om een nieuwe beschikking. Volgens artikel 26 Wet Pro WOZ is de nieuwe beschikking gelijk aan de oude, met behoud van de WOZ-waarde.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was, omdat belanghebbende redelijkerwijs kon aannemen dat de beschikking al tot stand was gekomen. De heffingsambtenaar verlaagde vervolgens de WOZ-waarde van de woning van €250.000 naar €243.000. Belanghebbende diende daarop een beroepschrift in dat werd beschouwd als een beroep tegen de nieuwe beschikking.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat de waarde al was verlaagd. Wel werd het beroep gegrond verklaard voor zover het ging om de proceskostenvergoeding. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van €163,75 aan belanghebbende en tot vergoeding van het griffierecht van €41. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 6 april 2012.
Uitkomst: Bezwaar tegen oude WOZ-beschikking is ontvankelijk; proceskostenvergoeding van €163,75 toegekend.