ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9351
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. van Roij
- C.A.F.M. Stassen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlengde navorderingstermijn en heffingsrente bij navorderingsaanslagen belasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1991 tot en met 1995. De kern van het geschil betrof de toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR en de hoogte van de heffingsrente.
De navorderingsaanslagen zijn opgelegd naar aanleiding van gegevens die de Belgische Bijzondere Belastinginspectie verstrekte over rekeningen bij de Kredietbank Luxembourg. De inspecteur heeft de aanslagen met redelijke voortvarendheid opgelegd, ook rekening houdend met het feit dat sommige aanslagen handmatig moesten worden verwerkt.
De rechtbank toetste de toepassing van de verlengde navorderingstermijn aan de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de Hoge Raad, en concludeerde dat de inspecteur binnen de toegestane termijn heeft gehandeld. Ook de in rekening gebrachte heffingsrente werd als juist beoordeeld, waarbij het zorgvuldigheidsbeginsel geen beperking rechtvaardigde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de heffingsrente wordt in stand gelaten.