ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1308
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardebepaling woning binnen complex
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning, onderdeel van een complex van 17 woningen, die per 1 januari 2009 was vastgesteld op €405.000. Zij stelde dat er geen geldige reden was om de waarde van haar woning en vijf andere woningen hoger vast te stellen dan het voorgaande jaar, terwijl elf andere woningen in hetzelfde complex in waarde waren gedaald.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport, waarin drie vergelijkbare woningen als referentieobjecten werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze referentieobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat rekening was gehouden met verschillen zoals perceelsoppervlakte en bijgebouwen.
Belanghebbende voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat de waardering niet in verhouding stond tot de waardeveranderingen van andere woningen in het complex. De rechtbank verwierp dit beroep, stellende dat de woningen niet identiek waren en dat het gelijkheidsbeginsel alleen geldt bij identieke objecten. Ook het beroep op de waardeontwikkeling sinds de vorige waardepeildatum werd afgewezen omdat de Wet WOZ vereist dat de waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopgegevens.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €405.000 gehandhaafd.