ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1368
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde bedrijfspand voor stakingswinst na ruisende inbreng in BV
Belanghebbende bracht zijn in privé gedreven onderneming ruisend in een besloten vennootschap in, waarbij 75% van het bedrijfspand overging naar zijn privévermogen. Het geschil betrof de waarde in het economische verkeer (WEV) van dit aandeel per 1 januari 2006, bepalend voor de stakingswinst.
De inspecteur stelde de WEV van het aandeel op €435.000, gebaseerd op een waarde van het pand van €580.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €333.000 aanvoerde. De rechtbank accepteerde de BAR-methode als juiste waarderingsmethode en stelde de huurwaarde van het pand vast op circa €53.000 per jaar, wat resulteerde in een waarde van €580.000.
Belanghebbende voerde aan dat investeringen van €70.000 in 2006 en 2007 niet in de waarde per 1 januari 2006 mochten worden meegenomen. De rechtbank achtte aannemelijk dat deze investeringen geheel betrekking hadden op het pand, maar volgde het meer subsidiaire standpunt van de inspecteur dat de waardestijging hiervan €17.000 bedroeg. Hierdoor werd de waarde van het aandeel verminderd met €12.750.
De rechtbank stelde de WEV van het aandeel vast op €422.250 en vermindert de aanslag dienovereenkomstig. Tevens veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is verminderd door de waarde van het aandeel in het bedrijfspand per 1 januari 2006 vast te stellen op €422.250.