ECLI:NL:RBBRE:2012:BX7634
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlengde navorderingstermijn bij bankrekeningen in derde landen niet in strijd met vrijheid van kapitaalverkeer
Belanghebbende hield een niet eerder aangegeven bankrekening aan in Zwitserland en verzocht om toepassing van de fiscale inkeerregeling. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op over meerdere jaren, waarbij de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR werd toegepast voor de jaren 2001 tot en met 2003.
Belanghebbende betwistte de toepassing van deze verlengde termijn met het argument dat dit in strijd zou zijn met de vrijheid van kapitaalverkeer zoals gewaarborgd in artikel 63 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU), omdat het ging om een bankrekening in een derde land.
De rechtbank oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn onverkort van toepassing is omdat het aanhouden van een bankrekening in een derde land kwalificeert als financiële dienstverlening in de zin van artikel 64, lid 1, VwEU. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van 25 juni 2009 (Commissie-Oostenrijk), waarin is vastgesteld dat bankdiensten onder financiële diensten vallen. Hierdoor kan belanghebbende zich niet beroepen op de vrijheid van kapitaalverkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 4 juli 2012.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van de verlengde navorderingstermijn bij bankrekeningen in derde landen.