ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8358
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling precariobelasting aanslag op basis van exploitatievergunning terras
Belanghebbende exploiteert een restaurant met een terras van 160 m² waarvoor in 2005 een exploitatievergunning voor het gehele jaar is verleend. Voor het jaar 2009 is een aanslag precariobelasting opgelegd van €5.120, gebaseerd op het volledige terrasoppervlak. Belanghebbende stelde bezwaar tegen de aanslag en voerde aan dat voor de wintermaanden ontheffing verleend moest worden omdat het terras dan niet of nauwelijks in gebruik is.
De rechtbank stelt vast dat de exploitatievergunning in rechte onaantastbaar is en dat de heffingsambtenaar deze vergunning terecht als uitgangspunt heeft genomen voor de berekening van de precariobelasting. De rechtbank oordeelt dat geen ontheffing voor de wintermaanden hoeft te worden verleend, mede omdat een deel van het terras het gehele jaar in gebruik is.
Verder is door belanghebbende aangevoerd dat het tarief onredelijk hoog is en niet in overeenstemming met tarieven in vergelijkbare gemeenten. De rechtbank overweegt dat het vaststellen van tarieven een zelfstandige bevoegdheid van de gemeenteraad is en dat de belastingrechter alleen kan ingrijpen bij een onredelijke of willekeurige heffing. Dit is hier niet het geval, ook niet gezien dat sommige gemeenten hogere tarieven hanteren.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag precariobelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.