ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9648
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Breda oordeelt over feitelijk ondernemerschap en winstvaststelling bij carrouselfraude autohandel
De rechtbank Breda behandelde een bestuursrechtelijke zaak over de fiscale gevolgen van carrouselfraude met tweedehands auto's, waarbij belanghebbende werd aangemerkt als feitelijk ondernemer van de onderneming die formeel op naam van zijn zoon stond. Uit het onderzoek en getuigenverklaringen bleek dat belanghebbende de feitelijke leiding had, de aan- en verkopen verrichtte, contante betalingen beheerste en de auto’s en motoren op zijn adres waren opgeslagen.
De inspecteur had naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd en het belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op hoge positieve bedragen, terwijl belanghebbende slechts een WAO-uitkering had aangegeven. De rechtbank concludeerde dat de onderneming voor rekening en risico van belanghebbende werd gedreven en dat hij de voordelen uit de onderneming genoot. De zoon had slechts een administratieve rol en ontving een vaste beloning.
De rechtbank stelde het inkomen uit werk en woning over 2003 en 2004 vast op nihil en het verlies uit onderneming op respectievelijk € 391.055 en € 1.472.850. De naheffingsaanslag omzetbelasting werd in mindering gebracht op de winst. De voorlopige aanslagen werden eveneens verminderd tot nihil. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank stelt het inkomen uit werk en woning over 2003 en 2004 vast op nihil met aanzienlijke verliezen en wijst het verzoek om schadevergoeding af.