ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1472
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- W.A.P. van Roij
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering leningen dochtervennootschap en toewijzing afwaardering managementvordering
Belanghebbende had diverse vorderingen op haar dochtervennootschap [vennootschap A], waaronder geldleningen en een vordering uit hoofde van managementwerkzaamheden. De rechtbank moest beoordelen of deze vorderingen ten laste van de winst konden worden afgeschreven.
De rechtbank oordeelde dat de lening van € 433.530 kwalificeert als een bodemlozeputlening, omdat bij verstrekking al duidelijk was dat terugbetaling niet zou plaatsvinden. De lening van € 490.851 werd aangemerkt als onzakelijk, omdat deze onder voorwaarden was verstrekt die een onafhankelijke derde niet zou accepteren, zoals het ontbreken van zekerheden en een negatief eigen vermogen van de dochtervennootschap.
De vordering uit hoofde van managementwerkzaamheden van € 69.416 werd door de dochtervennootschap betwist en gezien de vermogenspositie van de dochtervennootschap achtte de rechtbank afwaardering hiervan tot nihil gerechtvaardigd. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep was overschreden, waardoor de zaak werd heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag vennootschapsbelasting en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Afwaardering van leningen aan dochtervennootschap wordt afgewezen, afwaardering van managementvordering wordt toegewezen, aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd.