ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1827
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlands vermogen
Belanghebbende heeft op 29 juni 2010 verklaard buitenlands vermogen in Zwitserland te bezitten, dat niet was verantwoord in eerdere belastingaangiften. Naar aanleiding hiervan legde de inspecteur navorderingsaanslagen met boetes op voor de jaren 1998 tot en met 2006. Belanghebbende beriep zich op het oude, gunstigere artikel 67n van de AWR (de inkeerregeling).
De rechtbank oordeelt dat de aanscherping van de inkeerregeling in 2009 niet leidt tot een verzwaarde strafbepaling in artikel 67e AWR. De strafwaardigheid van het vergrijp en de inkeerregeling moeten los van elkaar worden gezien. Omdat de vrijwillige inkeer pas in 2010 plaatsvond, is de toen geldende wet- en regelgeving van toepassing.
De boetes van 15% van de nagevorderde belasting zijn passend en in overeenstemming met de ernst van het vergrijp. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel faalt omdat de bevoegdheid van de Belastingdienst Limburg niet strekt tot de aangehaalde gevallen. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen met boetes worden ongegrond verklaard en de boetes blijven in stand.