ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2018
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding vrijwilligerswerk niet volledig onkostenvergoeding, beroep ongegrond
Belanghebbende verrichtte vrijwilligerswerk voor een stichting en ontving daarvoor een vergoeding van €1.908,89. Zij stelde dat dit bedrag volledig een onkostenvergoeding betrof en niet belastbaar was. De inspecteur kwalificeerde de vergoeding als resultaat uit overige werkzaamheden en legde belasting op.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende slechts €497 aan kosten aannemelijk had gemaakt, terwijl het ontvangen bedrag aanzienlijk hoger was. Andere opgevoerde kosten werden onvoldoende onderbouwd. Hierdoor kon worden verwacht dat de vergoeding de kosten overtrof, wat duidt op een bron van inkomen.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstellingsregeling voor vrijwilligersvergoedingen niet van toepassing was, omdat de vergoeding de wettelijke maxima overschreed. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan bewijs van gelijke gevallen.
Verder werd geoordeeld dat kosten voor afscheid van collega’s niet aftrekbaar zijn vanwege representatiebeperkingen. De heffingsrente was correct berekend en er was geen reden deze te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de belastingaanslag over de vrijwilligersvergoeding.