ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2047
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding als stakingswinst en lijfrenteaftrek bij intrekking licentie VOF
Belanghebbende en haar echtgenoot dreven een VOF in elektronica, waarvan de licentie in 2006 werd ingetrokken, waardoor de onderneming vrijwel geen omzet meer behaalde. In 2008 ontving belanghebbende een schadevergoeding die zij verantwoordde als normale winst uit onderneming. De inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de schadevergoeding onlosmakelijk samenhangt met het staken van de onderneming en daarom als stakingswinst moet worden belast in 2008. Hoewel belanghebbende de lijfrentepremie niet binnen de wettelijke termijn betaalde, is het begunstigende beleid van toepassing omdat er voorafgaand aan de aangifte vooroverleg met de inspecteur was over de hoogte van de stakingswinst.
De rechtbank gelast de inspecteur om belanghebbende alsnog een termijn van minimaal een half jaar te bieden om een lijfrente te bedingen en de premie af te storten bij een toegelaten verzekeraar. Na afstorting dient de aanslag te worden verminderd tot een belastbaar inkomen van €5.759. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, kwalificeert de schadevergoeding als stakingswinst en gelast de inspecteur een termijn te bieden voor lijfrentebeding en premiebetaling, waarna de aanslag wordt verminderd.