ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2547
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde recreatiewoning op erfpachtgrond volgens artikel 17 Wet WOZ
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar recreatiewoning gelegen op particuliere erfpachtgrond, stellende dat de slechte financierbaarheid een waardedrukkende factor is. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van € 137.000 per 1 januari 2010.
De rechtbank overwoog dat artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ een waarderingsfictie bevat waarbij wordt uitgegaan van de overdracht van volle en onbezwaarde eigendom, ongeacht het bestaan van erfpacht. De heffingsambtenaar had een taxatierapport overgelegd met vergelijkingsobjecten die recreatiewoningen op eigen grond betroffen, wat volgens de rechtbank passend was om tot een objectieve waardebepaling te komen.
De stelling van belanghebbende dat de beperkte financierbaarheid de waarde zou drukken, werd verworpen omdat dit niet in de wet is verwerkt en de situatie niet vergelijkbaar was met jurisprudentie waarin een beperkte kring van gegadigden leidde tot waardedrukkende factoren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 8 mei 2012 in het openbaar uitgesproken door rechter W. Brouwer.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 137.000 voor de recreatiewoning op erfpachtgrond is ongegrond verklaard.