ECLI:NL:RBBRE:2012:BY8862
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering BPM na geschil over taxatierapport en toepassing EU-recht
Belanghebbende diende een aangifte BPM in voor een geïmporteerde personenauto, welke door de inspecteur aanvankelijk werd geweigerd. Na bezwaar werd het BPM-bedrag verminderd, maar belanghebbende ging in beroep tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de geldigheid van het taxatierapport bij de eerste aangifte en de toepassing van artikel 10, tweede lid van de Wet BPM in het licht van artikel 110 VwEU Pro.
De inspecteur stelde dat het taxatierapport niet door een erkende taxateur was opgesteld en dat de eerste aangifte daarom terecht was geweigerd. De rechtbank oordeelde echter dat de inspecteur de eerste aangifte zonder voorbehoud had geaccepteerd bij de uitspraak op bezwaar, waardoor het rechtszekerheidsbeginsel hem belette hier later op terug te komen.
Verder volgde de rechtbank de Hoge Raad in de constatering dat de wettelijke regeling voor de BPM-berekening in strijd is met het EU-recht, waardoor het BPM-bedrag moest worden verminderd tot € 2.604. De rechtbank wees een verzoek tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten af, omdat het standpunt van de inspecteur niet als ernstig onzorgvuldig of volstrekt onverdedigbaar werd beschouwd. De inspecteur werd wel veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten conform het forfaitaire bedrag.
Uitkomst: BPM verminderd tot € 2.604 en inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.