ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ1498
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde stoeterij onvoldoende onderbouwd, waarde verlaagd
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de waardering van een stoeterij voor de Wet WOZ centraal. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 1.104.000 op basis van een matrix die onder meer gebruikmaakte van kengetallen uit de agrarische taxatiewijzer. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van € 650.000 voor.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn waardering onvoldoende had onderbouwd. De matrix bevatte vermenigvuldigingsfactoren voor waardeverhogende elementen zoals kwaliteit en onderhoud, die niet gebaseerd waren op de taxatiewijzer maar op een eigen, niet inzichtelijk gemaakte methode. Ook werden correcties bij afwijkingen in standaardgrootte niet toegepast. Daarnaast hield de heffingsambtenaar geen rekening met waardeverminderende factoren zoals een dichtgemaakte mestkelder.
Omdat geen van beide partijen de waarde aannemelijk had gemaakt, stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op € 990.000. Tevens werden de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd en werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de stoeterij wordt vastgesteld op € 990.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig verminderd.