ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ3585
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WOZ-waardering woning op NSW-landgoed met instandhoudingsverplichting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering van zijn woning gelegen op een landgoed aangewezen onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW). De heffingsambtenaar had de woning gewaardeerd op €552.000, na bezwaar verlaagd tot €533.000. Belanghebbende stelde een lagere waarde voor op basis van taxaties.
De kern van het geschil betrof de waardering van de ondergrond van een open werktuigberging en de toepassing van de NSW-aftrek, een waardevermindering vanwege de instandhoudingsverplichting van het landgoed. Belanghebbende wilde een mengfactor toepassen die rekening hield met zowel gebouwde als ongebouwde eigendommen, terwijl de heffingsambtenaar alleen een factor voor gebouwde eigendommen hanteerde.
De rechtbank oordeelde dat volgens de Wet WOZ en de Uitvoeringsregeling alleen gebouwde eigendommen en hun ondergrond in de waardering worden betrokken, en dat ongebouwde gronden buiten beschouwing blijven. De instandhoudingsfactor moet daarom alleen op de gebouwde eigendommen worden toegepast. De rechtbank vond steun in een arrest van de Hoge Raad uit 2008 en wees het beroep af.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 20 december 2012 door de rechtbank Breda gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van de woning op het NSW-landgoed wordt ongegrond verklaard.