ECLI:NL:HR:2008:BD0436
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering woning binnen landgoed volgens Wet WOZ en instandhoudingsfactor
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning die deel uitmaakt van een landgoed. Na een lagere beschikking en een uitspraak van het Hof Arnhem, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de toepassing van artikel 17, lid 4, van de Wet WOZ, waarin een instandhoudingsfactor voor het landgoed als geheel wordt genoemd. Belanghebbende stelde dat deze factor op de woning als geheel moest worden toegepast, terwijl het Hof oordeelde dat de factor per woning moet worden bepaald.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. Het woord 'het' in de wetstekst verwijst naar het landgoed, maar dit betekent niet dat de instandhoudingsfactor voor het gehele landgoed op de woning moet worden toegepast. Alleen waardedrukkende omstandigheden die specifiek op de woning betrekking hebben, mogen worden meegenomen.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond, waarmee de uitspraak van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.