ECLI:NL:RBBRE:2012:CA1926
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. van Roij
- D. Hund
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2005 en heffingsrente, welke door de inspecteur op 26 juni 2008 werden gehandhaafd. Het beroepschrift werd echter pas op 22 december 2011 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken na verzending van het besluit op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur had bewezen dat het besluit op bezwaar naar het juiste adres was verzonden, waar belanghebbende destijds woonde. Belanghebbende slaagde er niet in het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen, ondanks zijn stelling dat post mogelijk zoek was geraakt door gemeenschappelijk gebruik van een brievenbus.
De rechtbank benadrukte dat termijnen voor bezwaar en beroep van openbare orde zijn en niet overschreden mogen worden. Ook de stelling van belanghebbende dat de belasting niet zou worden ingevorderd, vormde geen verschoonbare reden voor het te laat indienen van het beroepschrift.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2005 is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.