ECLI:NL:HR:2006:AZ4416
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over boete niet-tijdige belastingaangifte wegens onjuiste bewijslastverdeling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een boete van €567 wegens niet tijdige aangifte. Na bezwaar werd de boete verminderd tot €113, maar belanghebbende ging in beroep bij het hof. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het niet ontvangen van de aanmaning niet belette dat de boete terecht was opgelegd.
De Hoge Raad stelt dat voor het opleggen van een verzuimboete vereist is dat de aanmaning op het adres van de belastingplichtige is ontvangen of aangeboden, tenzij het niet bereiken daarvan aan de belastingplichtige te wijten is. De inspecteur moet aannemelijk maken dat de aanmaning is ontvangen of aangeboden, waarbij het bewijs van verzending naar het juiste adres een vermoeden van ontvangst schept. Dit vermoeden kan door de belastingplichtige worden ontzenuwd door geloofwaardige ontkenning.
Het hof heeft volgens de Hoge Raad een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd en onvoldoende gemotiveerd waarom het vermoeden van ontvangst niet werd ontzenuwd. Het hof steunde zijn oordeel mede op een registratiebestand waarvan niet bleek naar welk adres de aanmaning was verzonden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem ter verdere behandeling. De Minister van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste bewijslastverdeling omtrent de ontvangst van de aanmaning.