ECLI:NL:RBDHA:2013:10653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit onderneming versus resultaat overige werkzaamheden bij aanslagregeling
Eiser heeft voor het jaar 2009 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen, gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van €22.422. De inspecteur heeft de winst uit onderneming betwist en de aanslag vastgesteld op resultaat uit overige werkzaamheden, waarbij de zelfstandigenaftrek werd geweigerd. Eiser stelde dat de aanslag onterecht was en dat de inspecteur onzorgvuldig had gehandeld in de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet gebonden was aan de eerder afgegeven VAR-WUO en dat het rechtvaardig was om het ondernemerschap opnieuw te beoordelen, mede gelet op een eerdere uitspraak van het gerechtshof. De bewijslast rustte op eiser, die niet slaagde in het aannemelijk maken dat sprake was van winst uit onderneming. De rechtbank vond ook dat de hoorplicht was nageleefd en dat er geen sprake was van onzorgvuldigheid in de bezwaarprocedure.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de inkomsten van eiser resultaat uit overige werkzaamheden zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 8 augustus 2013.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.