ECLI:NL:RBDHA:2013:10654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit onderneming versus resultaat uit overige werkzaamheden bij aanslag inkomstenbelasting 2009
Eiser heeft voor het jaar 2009 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen, waarbij de inspecteur het belastbare inkomen heeft vastgesteld op basis van loon en resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser betwist dit en stelt dat sprake is van winst uit onderneming, mede gesteund door een eerder verstrekte VAR-WUO. Daarnaast voert eiser aan dat de hoorplicht in de bezwaarfase is geschonden.
De rechtbank stelt vast dat de inspecteur niet gebonden is aan de eerder afgegeven VAR-WUO en dat deze vrij was om het ondernemerschap opnieuw te beoordelen, mede vanwege een eerdere uitspraak van het gerechtshof die het ondernemerschap voor latere jaren heeft verworpen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat zijn werkzaamheden kwalificeren als winst uit onderneming en dat de bezwaarfase zorgvuldig is verlopen, inclusief de hoorplicht.
Daarmee verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft de aanslagregeling zoals vastgesteld. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.