Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.158,00(2,0 punten × tarief € 579,00)
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vordert het vastgoedbedrijf HVB schadevergoeding van een NVM-makelaar vanwege onjuiste vermelding van het woonoppervlak van een appartement. HVB kocht het appartement op basis van een opgegeven woonoppervlak van circa 60 m², terwijl na renovatie bleek dat het werkelijke oppervlak slechts 51,9 m² bedroeg. De makelaar had de door de NVM voorgeschreven meetinstructie niet gevolgd.
De rechtbank oordeelt dat de makelaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens HVB door het woonoppervlak niet volgens de verplichte meetinstructie te berekenen. HVB mocht erop vertrouwen dat de opgegeven oppervlakte correct was, mede omdat de meetinstructie sinds 1 september 2010 verplicht is voor alle NVM-makelaars. Het beroep van de makelaar op het wettelijke vermoeden dat oppervlakteaanduidingen slechts indicatief zijn, faalt in dit geval.
De rechtbank stelt de schade vast op € 12.000, gebaseerd op de aankoopprijs en het verschil in woonoppervlak. De makelaar wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De makelaar wordt veroordeeld tot betaling van € 12.000 schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten wegens het niet volgen van de verplichte meetinstructie.