Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Meetrapport volgens de Branchbrede meetinstructie op basis van Nen 2580(…)
2.Bespreking van het cassatiemiddel
objectiefkarakter dragen. De door de rechter te aanvaarden norm behoort geschikt te zijn om evenzeer te gelden tussen andere personen in vergelijkbare omstandigheden en met vergelijkbare verantwoordelijkheden. Wat anders gezegd, de enkele omstandigheid dat NVM als vereniging een bepaalde standaard van beroepsethiek heeft aanvaard, rechtvaardigt niet dat de aansprakelijkheid van de NVM-makelaar anders en ruimer is dan die van een beroepsgenoot die van die vereniging géén lid is. Vermeldenswaardig is nog altijd de Toelichting-Meijers bij art. 6:162 BW Pro (art. 6.3.1.1 in de nummering van het ontwerp): [7]
kande niet-naleving van bepaalde normen die als onderdeel van alternatieve regelgeving tot stand gekomen zijn, een onrechtmatige daad of wanprestatie opleveren van degene die de regel negeerde. Daarmee is aan de andere kant echter niet gezegd dat het in acht nemen en dus het niet-overtreden van zo’n norm betekent dat er niet onrechtmatig gehandeld is of toerekenbaar tekortgeschoten is.
slechts een ‘aanwijzing’voor de rechter (en geen dwingend kader) over hoe [hij] deze de open norm kan interpreteren. De invulling van de open norm van art. 6:162 BW Pro wordt zo gefaciliteerd, niet gepredestineerd. Kortom, naleving van een groepsregel staat niet gelijk aan een vrijwaring tegen aansprakelijkheid en vooralsnog functioneren ‘groepsnormen’ dan ook niet als minimumnormen. Gezien het voorgaande is het ook wezenlijk dat dat niet veranderen zal; de rechtspraak dient deze lijn vast te houden.’
op zichzelfonvoldoende is om daaruit af te leiden dat de koper mocht verwachten dat de onroerende zaak met die vermelding in overeenstemming zou zijn. [17] De regel sluit dus allerminst uit dat andere omstandigheden ertoe leiden dat een ondermaat wel degelijk non-conformiteit oplevert.
negatiefcontractsbelang: vergeleken dient te worden met de situatie waarin de koper zou hebben verkeerd indien de verkoper geen onjuiste mededeling zou hebben gedaan. [18] Welnu, de aansprakelijkheid van de makelaar zoals in de onderhavige zaak aan de orde betreft datzelfde negatief contractsbelang. Als we een vergelijking maken tussen de aansprakelijkheid van de verkoper en die van de makelaar, is dus een vergelijking met de laatstbedoelde aansprakelijkheid van de verkoper uit onrechtmatige daad passender dan die met dat waarop art. 7:17 lid 6 BW Pro betrekking heeft.
in abstractoover het vertrouwen dat derden moeten kunnen stellen op de opgave door een makelaar van het woonoppervlak van een woning. Ten onrechte heeft het hof niet onderzocht welk vertrouwen de onderhavige kopers ( [verweerder] c.s.) in de gegeven omstandigheden in redelijkheid aan de door [eiseres] gedane opgave hebben kunnen ontlenen. Aldus heeft het hof bij de toepassing van de zorgvuldigheidsnorm aan een private gedragsregel (de meetinstructie) beslissende betekenis toegekend. Dat is onjuist. De meetinstructie is relevant en legt gewicht in de schaal, maar niet zonder afweging tegen andere feiten en omstandigheden.
in het geheel nietheeft toegepast. Een eventuele marge bij toepassing van die instructie blijft aldus buiten beeld.
onder 1.11, 1.12 en 1.13veronderstellen alle dat in de verhouding tussen [eiseres] als makelaar en [verweerder] c.s. als kopers een exoneratiebeding gelding heeft. Die veronderstelling dunkt mij niet juist (vergelijk hiervoor onder 2.25). Het juiste perspectief is het vertrouwen dat de koper redelijkerwijs heeft kunnen hebben, mede in het licht van het voorbehoud dat de verkoopbrochure bevatte.
onder 2.3 tot en met 2.6berusten alle eveneens op de veronderstelling dat de klachtplicht van art. 6:89 BW Pro ook voor het onderhavige geval geldt. Dat maakt dat al deze klachten falen.